Acht jaar rector

24 november 2016

Kees is rector. Daar is hij trots op. Zijn school draait goed, de resultaten zijn behoorlijk, het medewerkerstevredenheidsonderzoek leverde vorig jaar een dikke 7 op en ook ouders en leerlingen zijn tevreden over de school.

Kees is na afronding van zijn studie docent geworden op deze school. Hij was toen 24. Het begin was niet gemakkelijk, maar Kees loste zijn eigen problemen op en dat werd gewaardeerd. Na een jaar of vijf is hij zich gaan opgeven voor extra activiteiten in de school. Zijn betrokkenheid en organisatorisch vermogen vallen op en als Kees 34 is wordt hij conrector, onder een rector die al aardig richting de pensioenleeftijd gaat. Na verloop van tijd gaat Kees nadenken over de opvolging van de rector en hij laat hier en daar eens vallen dat hij daar wel een ambitie in heeft. Als de rector afscheid neemt is Kees de natuurlijke opvolger geworden. Hij wordt benoemd, gaat vol elan aan het werk en het gaat goed met de school. Kees volgt af en toe wat scholing, maar echt nodig vindt hij het niet. Het gaat toch goed?

Kees begrijpt natuurlijk dat dat eenprestatie is van het collectief, maar voelt toch dat het op hem afstraalt. Dat maakt hem trots. Maar hij merkt ook dat de sleet erin komt, zowel bij zichzelf als bij anderen. De mensen zeggen niet zoveel meer tegen hem, hij vindt het ook wel best, en heel langzaam komt hij losser te staan van de rest.
Kees is 49, is acht jaar rector voelt zijn betrokkenheid verminderen en denkt na over een volgende stap. Bestuurder wil hij niet worden, maar hij kan ook geen 25 jaar rector blijven van dezelfde school.

Kees solliciteert vol vertrouwen naar vacatures op andere scholen. Hij heeft het goed gedaan en brengt al die ervaring mee naar de volgende rectorsbaan, dus hij is zo weg. Denkt Kees. Kees krijgt al enige tijd geen echte feedback meer vanuit zijn eigen school (we weten toch hoe Kees is?) en hij heeft na zijn eerste docentschap eigenlijk nooit meer hoeven solliciteren.

Als Kees na zeven afwijzingen bij me komt voor een loopbaantraject is hij behoorlijk ontgoocheld. De afwijzingen hebben zijn zelfvertrouwen aangetast, zijn presentatie in de sollicitatiegesprekken wordt steeds minder en hij heeft er eigenlijk geen geloof meer in. Bovendien heeft het besluit om te solliciteren ook sterke invloed gehad op zijn functioneren in zijn school. Er komt steeds meer kritiek, ook van het bestuur. Kees heeft het gevoel dat hij weg moet, maar niet weg kan. Achter het masker van intelligente zelfverzekerdheid schuilt een toenemend gevoel van wanhoop.

Kees doorloopt met mij de fasen die hij nodig heeft. Het terugvinden van zijn identiteit, het benoemen van zijn competenties, het leren uitdragen daarvan naar anderen en onderscheiden wat wel en wat niet bij je past. Kees leert weer om te leren.

Kees heeft het af en toe behoorlijk moeilijk, maar zet door en na zo’n zeven maanden besluit hij weer te gaan solliciteren. Hij wordt nog twee keer afgewezen, maar hij begrijpt het proces inmiddels goed en laadt zich op voor de derde vacature. Dit keer vindt hij een match. Het heeft geklikt met de commissies die hij heeft gesproken, zijn assessment is heel behoorlijk en het bestuur heeft hem meegedeeld dat ze hem graag willen hebben.

Terug naar overzicht